2 ronde vloerkleden combineren: zo doe je het goed

Twee ronde vloerkleden combineren werkt het best als je bewust omgaat met maat, afstand en kleur. Je kunt ze in dezelfde ruimte gebruiken om twee zones te creëren, of ze juist als stel inzetten op plekken waar rechthoekige kleden niet passen. Het resultaat kan verrassend sterk zijn, maar er zijn een paar valkuilen die je beter kunt vermijden.

Twee zones creëren met ronde kleden

Ronde vloerkleden zijn van zichzelf al rustgevend door hun gebrek aan scherpe hoeken. Als je er twee in één ruimte legt, werken ze het sterkst als ze elk een eigen functie krijgen. Denk aan een zithoek aan de ene kant van de kamer en een leeshoek of bureau aan de andere kant. Elk kleed markeert dan zijn eigen plek, zonder dat de ruimte druk aanvoelt.

Laat de twee kleden niet te dicht op elkaar liggen. Een vrije ruimte van minstens 80 tot 100 centimeter tussen de twee kleden houdt het overzichtelijk en voorkomt dat ze met elkaar concurreren. Te dicht bij elkaar oogt al snel rommelig, alsof je één kleed tekort had en er een tweede bij hebt gelegd.

Maat: zo kies je de juiste verhouding

Je hoeft de twee kleden niet dezelfde maat te geven, maar de grootte moet wel kloppen met de plek waar elk kleed ligt. Een veelgemaakte fout is een te klein kleed kiezen, waardoor het zweeft in de ruimte. Een richtlijn: het kleed moet groot genoeg zijn om de voorpoten van de meubels erop te vangen. Voor een ronde eettafel met stoelen is een kleed van minimaal 200 centimeter diameter verstandig; voor een kleine leunstoel of bijzettafel kan 120 tot 140 centimeter voldoende zijn.

Als je één kleed als hoofdkleed gebruikt en één als accent, kies dan voor een duidelijk verschil in maat. Twee bijna even grote kleden in dezelfde ruimte gaan om aandacht strijden. Een combinatie van bijvoorbeeld 200 centimeter en 120 centimeter geeft meer rust.

Kleur en patroon combineren zonder chaos

Bij het combineren van twee ronde vloerkleden heb je in grote lijnen twee keuzes: je houdt ze zo gelijk mogelijk (zelfde kleurpalet, zelfde sfeer), of je speelt juist met contrast. Beide kunnen werken, maar half-en-half werkt zelden goed. Een kleed met een druk patroon combineer je het veiligst met een effen kleed in een kleur die in dat patroon terugkomt. Zo zijn ze verbonden zonder dat de ruimte onrustig wordt.

Twee drukke kleden tegelijk is bijna altijd te veel. Ze trekken allebei de aandacht en er is geen rustpunt voor het oog. Wil je toch twee patronen, kies dan voor patronen met een duidelijk verschil in schaal: een groot grafisch patroon naast een fijn, subtiel motief.

Materiaal en hoogte op elkaar afstemmen

Twee ronde vloerkleden in dezelfde ruimte voelen het prettigst als ze in materiaal niet te ver uit elkaar liggen. Een hoogpolig, pluizig kleed naast een plat geweven kelimkleed geeft een onrustig geheel, zowel visueel als voor het gevoel onder je voeten. Kies bij voorkeur twee kleden met een vergelijkbare poolhoogte, of kies bewust voor een groot contrast als je daar een duidelijke reden voor hebt (bv. een zachte speelmat naast een stevig, vlak kleed bij een bureau).

Wanneer ronde kleden combineren juist niet werkt

Twee ronde kleden in een kleine kamer (kleiner dan roughly 20 m²) werken zelden goed. De kleden vullen de ruimte snel en de vrije vloer verdwijnt, waardoor de kamer kleiner lijkt. In dat geval is één goed gekozen rond kleed veel sterker dan twee. Ook in een lange, smalle gang voegen twee ronde kleden weinig toe; een loper past daar beter bij de vorm van de ruimte.

Het is ook een valkuil om twee kleden te kiezen die qua kleur zo dicht bij elkaar liggen dat je je afvraagt waarom er twee zijn. Dan had je beter één groter kleed kunnen nemen.

Kort samengevat: twee ronde vloerkleden combineren lukt het best met een duidelijk maatverschil, genoeg ruimte ertussen en een doordachte keuze in kleur en patroon. Laat elk kleed zijn eigen zone dienen en zorg dat ze samen één geheel vormen in plaats van twee losse keuzes die toevallig naast elkaar liggen.